Schriftelijke raadsvragen

Raadsleden hebben het recht om schriftelijke vragen (ook wel 'artikel 41'-vragen genoemd) te stellen aan het college van B en W om duidelijkheid te krijgen over een bepaald onderwerp. Het karakter van deze vragen is in principe informatief.

Beantwoording moet in ieder geval binnen drie weken plaatsvinden. Indien gewenst kan het raadslid, via het recht van initiatief of interpellatie, proberen om het onderwerp op de agenda van de raad te krijgen.

Artikel 41, reglement van Orde van de Raad
Overzicht actuele schriftelijke raadsvragen