Commissie Stedelijke Ontwikkeling en Beheer

Undefined
Export pdf
Fractie: Stadspartij
Opsteller: Helana Aslander
Betreft:
Onderwerp:
Bespreeknotitie Stadspartij over statushouders
Geagendeerd : Nee
Datum vraag: dinsdag, 4 december, 2018 - 18:23
Datum antwoord(en)*: woensdag, 5 december, 2018 - 11:36
Portefeuillehouder*: Helana
* in te vullen door organisatie

De gemeente Purmerend heeft prestatieafspraken met oa. de woningcorporaties gemaakt voor de periode 2017 - 2020. Kaderafspraak 5.3.1 is dat de woningcorporaties maximaal 33 % van de sociale huurwoningen die jaarlijks vrijkomen toewijzen aan bijzondere doelgroepen: GGZ clienten, ouderen met somatische of geriatrische aandoening, verstandelijk en/of lichamelijke gehandicapten, vergunninghouders of mensen met sociale/medische indicatie. Ingevolge kaderafspraak 5.3.2 zoeken de gemeente en de woningcorporaties gezamelijk naar passende alteratieve oplossingen voor deze groep. Uit kaderafspraak 5.3.3 blijkt dat er afhankelijk van de uitkomst van de evaluatie in 2017 vervolgafspraken worden gemaakt om de huisvesting voor deze groepen te realiseren.


Hoeveel sociale huurwoningen zijn er in 2017 en 2018 toegewezen aan statushouders vanuit de taakstelling. (percentage en aantal van de sociale huurwoningen bestemd voor bijzondere doelgroepen als genoemd in kaderafspraak 5.3.1)

In 2017 zijn er 36 woningen toegewezen aan statushouders. Dit is 5,5 % van het totaal aantal verhuringen in 2017. In 2018 zijn 40 woningen naar statushouders gegaan. Een percentage over 2018 is nog niet te geven.

Zijn er in 2017 en 2018 passende alternatieve oplossingen gezocht voor de huisvesting van statushouders als genoemd in kaderafspraak 5.3.2. En zo ja welke?

Daar kijken we zeker naar. Een echt alternatief voor de voorrangsregeling hebben we (nog) niet gevonden. We staan open voor goede suggesties en ideeën en we kijken ook naar hoe andere gemeenten dit doen.

We treffen wel maatregelen om de druk die de toepassing van de urgentieregeling voor statushouders  op de reguliere woningmarkt legt, zo veel mogelijk te beperken. We streven er naar, waar mogelijk, zoveel mogelijk statushouders in één woning te plaatsen. Voor alle urgente groepen kijken wij op maat naar wat mogelijk is. Zo is vorig jaar de locatie aan de Zeevangstraat gerealiseerd, waar mensen een tijdelijke woonplek kunnen krijgen. Recent zijn er aan de Vijverstraat en de Dobbestraat twee woningen vrijgemaakt voor moeders met kinderen, die geen eigen woonplek hebben. Ook proberen we met de realisatie van de tijdelijke woningen, de druk op de woonmarkt te verlichten. 

Zijn er na de evaluatie in 2017 zoals genoemd in kaderafspraak 5.3.3 vervolgafspraken over acties en keuzes om de huisvesting voor statushouders te realiseren. En zo ja welke ?

Zie antwoord vraag 2.

Informatiebijeenkomst Verkeersveiligheid

Maatregelen op het gebied van Verkeerveiligheid hebben altijd met de volgende 3 pijlers te maken: Infrastructuur, Gedrag, Handhaving. De gemeente werkt hierin nauw samen met de Politie en de Vervoerregio.  De Purmerendse aanpak is vastgelegd in in een Verkeers- en Vervoersbeleidsplan en de Visie op mobiliteit. De raad wordt uitgelegd/toegelicht hoe de aanpak in de praktijk werkt. Een vertegenwoordiging van zowel Vervoerregio als de Politie is hierbij aanwezig.

 

Export pdf
Fractie: Gemeentebelangen Purmerend
Opsteller: Bram Buskoop
Betreft:
Onderwerp:
Huurprijs tijdelijke woningen
Geagendeerd : Nee
Datum vraag: vrijdag, 30 november, 2018 - 17:43
Datum antwoord(en)*: dinsdag, 4 december, 2018 - 08:55
Portefeuillehouder*: Bram Buskoop
* in te vullen door organisatie

 



 


Hoe is de huurprijs van de tijdelijke woningen tot stand gekomen? Kan het college verder specifieren waar de kale huurprijs voor de tijdelijke woningen uit is opgebouwd?

De kale huurprijs wordt gebaseerd op basis van het huurpuntensysteem. Dit puntensysteem bepaalt de maximale huurprijs van een sociale huurwoning. Elk onderdeel van de woning, zoals oppervlakte en sanitair, krijgt punten. Bij elkaar opgeteld leveren de punten een maximale huurprijs op.

Export pdf
Fractie: Gemeentebelangen Purmerend
Opsteller: Bram Buskoop
Betreft:
Onderwerp:
Categorie 'doorstroomwoningen'
Geagendeerd : Nee
Datum vraag: vrijdag, 30 november, 2018 - 12:29
Datum antwoord(en)*: maandag, 14 januari, 2019 - 12:08
Portefeuillehouder*: Bram Buskoop
* in te vullen door organisatie

Het college hanteert het beleid dat 30% sociale huurwoningen moet zijn, 30% doorstroomwoningen en 40% vrije keuze voor de projectontwikkelaar. 


Wat is volgens het college de definitie van een doorstroomwoning? Welke prijsklasse valt dit onder? Waar is deze definitie op gebaseerd?

Er is geen landelijke definitie van een doorstroomwoning. Vaak wordt ermee bedoeld: een woning die betrokken wordt door een huishouden dat ook een woning achterlaat. Maar het etiket doorstroomwoning wordt ook wel gebruikt voor een woning waaruit men weer moet doorstromen na een bepaalde tijd of een bepaalde fase.

Het college interpreteert het begrip doorstroomwoning uit het Purmerendse coalitieakkoord als volgt:

  • woningen voor huishoudens met een laag middeninkomen (tot € 44.360) die een sociale huurwoning achterlaten. Deze groep huishoudens heeft de voorkeur omdat zo ook daadwerkelijk een woning beschikbaar komt. De bereikbare prijsklasse voor deze groep is voor wat betreft koopwoningen tot € 201.000 en voor huurwoningen tussen de € 711 en € 872 kale huur per maand (prijspeil 2018).
  • Echter: ook huishoudens die geen sociale huurwoning achterlaten, maar veelal wel op de wachtlijst staan voor een sociale huurwoning, kunnen in aanmerking komen voor een doorstroomwoning, mits hun inkomen dit toelaat. Zij kunnen hierdoor van die wachtlijst af.
  • Daarnaast zou ook een deel van deze woningen beschikbaar kunnen komen voor de groep middeninkomens tussen € 44.360 en 1,5x modaal: € 54.248, die een sociale huurwoning achterlaten. Ook deze groep heeft in de huidige woningmarkt veel moeite om aan een woning te komen. De bereikbare prijsklasse voor deze groep is voor de koop tot € 250.000 en voor de huur tot € 971.

De genoemde grenzen zijn gekoppeld aan de normen voor hypotheekverstrekking en beschikbaar inkomen voor kale huur en worden regionaal aangehouden.

Wordt de 30% doorstroomwoningen bij projecten als Wheermolen-West, Brantjesoever en De Looiers gehaald?

Met de term ‘doorstroomwoning’ wordt gewerkt sinds het nieuwe college dit jaar aantrad. In overeenkomsten die vóór die tijd zijn gesloten is geen rekening gehouden met een percentage doorstroomwoningen van 30%.

Wheermolen-West is een groot herstructureringsproject (sloop-nieuwbouw), waarvoor reeds in 2004 de kaders zijn bepaald door de gemeenteraad. Deze omvatten geen doorstroomwoningen. De anterieure overeenkomst voor het meest recente deelproject: Spoorzone, is op 10 mei 2016 getekend.

Brantjesoever: dit project kan in principe in 30% doorstroomwoningen voorzien. Op 20 december jl. is de anterieure overeenkomst getekend. Er is echter nog geen belegger gevonden voor de afname van de huurwoningen, waardoor het huurniveau van de woningen nog niet vaststaat.

In het project De Looiers wordt de 30% doorstroomwoningen niet gehaald. De 30% sociale huur wordt gecompenseerd op locatie De Vurige Staart, zoals ook vastgelegd in de anterieure overeenkomst, die is getekend op 19 maart 2018.

Export pdf
Fractie: D66
Opsteller: Astrud Wildschut
Betreft:
Onderwerp:
Groenplan 2019-2022
Geagendeerd : Ja Datum vergadering: Agendapunt: 8
Datum vraag: dinsdag, 27 november, 2018 - 12:52
Datum antwoord(en)*: dinsdag, 4 december, 2018 - 00:31
Portefeuillehouder*: Astrud Wildschut
* in te vullen door organisatie

Over het Groenplan Purmerend 2019 – 2022 heeft D66 Purmerend nog de volgende technische vragen:


Op welke manieren gaat de gemeente concreet aan de slag mbt het groenplan om goed voorbereid te zijn op de veranderingen in het klimaat?

Het nu voorliggende groenplan gaat primair over het verbeteren van de (beeld)kwaliteit van het al bestaande groen in Purmerend. Hoewel groen een zeer belangrijke rol speelt in het klimaatbestendig maken van de stad, behelst het vraagstuk rondom klimaatadaptatie meer dan alleen groen. Daarom wordt er gewerkt aan een klimaatbestendigheidsplan. Dit plan zal worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Daarnaast is Purmerend een stad in ontwikkeling. Met het oog op Purmerend 2040 en bijbehorende (hoog)bouwambities dient er ook te worden nagedacht over de integrale (dus ook: klimaatbestendige) inrichting van de openbare ruimte. 

Welke concrete maatregelen gaat de gemeente uitvoeren en bij elk nieuw bouwplan waarborgen dan er inderdaad natuurinclusief gebouwd wordt, hittestress wordt beperkt en meer groen op daken en/of aan gevels komen?

Zoals geschetst in het antwoord op vraag 1 gaat het nu voorliggende groenplan primair over het verbeteren van de (beeld)kwaliteit van het bestaande groen. Het belang van het groen in algemene zin is sterk vertegenwoordigd in de gesprekken die doorlopend worden gevoerd, onder meer in het kader van Purmerend 2040.

Zijn in de genoemde aanbesteding afspraken opgenomen over toezicht op het personeel en de te leveren kwaliteit? Zijn er vergelijkbare afspraken ook met Werkom en eigen mensen?

Voor het groenonderhoud is een bestek opgesteld waarin exact omschreven staat welke maatregelen in welke frequentie plaats dienen te vinden. Hoewel het een frequentiebestek betreft wordt er ook gemeld welk beeldkwaliteitsniveau de gemeente nastreeft. De uitvoerende partijen moeten ook een kwaliteitsplan aanleveren welke meetelt in de gunning. In het bestek zijn sancties opgenomen welke van toepassing zijn wanneer de werkzaamheden kwalitatief niet goed worden uitgevoerd. Het bestek geldt voor alle partijen, dus ook voor Werkom en de eigen dienst. Toezichthouders in gemeentelijke dienst zien er buiten op toe dat de gemaakte afspraken worden nagekomen en spreken uitvoerende partijen tijdig aan op het eventueel niet nakomen daarvan. 

Wordt bij de aanbesteding en in de dagelijkse praktijk rekening gehouden met de ecologische waarden van bepaalde gebieden en beheer in de juiste seizoenen?

In het bestek is opgenomen dat de uitvoerende partijen te allen tijden zich dienen te houden aan geldende wetgeving ter bescherming van flora en fauna. Zo is bijvoorbeeld opgenomen dat er gefaseerd moet worden gemaaid ter bevordering van de biodiversiteit. Voor het naleven van geldende wetgeving bestaat een landelijke gedragscode. Daarnaast dienen uitvoerende partijen gecertificeerd te zijn conform de wet natuurbescherming.

Op welke criteria en hoe zwaar wegen deze wordt er in de aanbesteding geselecteerd?

Zoals genoemd in het antwoord op vraag 4 is het belang van ecologische waarden opgenomen in het bestek. Het nastreven hiervan dient de uitvoerende partij te omschrijven in het kwaliteitsplan (zie het antwoord op vraag 3). Ecologische waarden maken dus onderdeel uit van de kwaliteit die de uitvoerende partij levert. De opdracht wordt gegund op basis van prijs-kwaliteit met een verhouding van respectievelijk 40% en 60%. De opdracht wordt dus niet gegund op laagste prijs maar grotendeels op kwaliteit.

In het cyclisch beheer wordt ook het onderhoud meegenomen van gebieden die speciaal zijn ingericht om diversiteit en ecologie te stimuleren, zoals Baanstee Noord. Kleine plantgemeenschappen of broedplekken voor vogels zijn kwetsbaar en er is kennis en vakmanschap nodig om het terrein hiervoor geschikt te houden. Wat is het verschil in onderhoud bij bovengenoemde gebieden en bijvoorbeeld de natuurzone zoals bij de Vurige Staart, ten opzichte van de gebieden die niet speciaal zijn ingericht om diversiteit en ecologie te stimuleren?

In het cyclisch beheer wordt gewerkt volgens de reeds eerder genoemde gedragscode. Er worden ecologische principes toegepast zoals gefaseerd maaien ter bevordering van de biodiversiteit. In het bestek zijn aparte verplichtingen opgenomen voor naleven van geldende wetgeving. In het kader hiervan dient de uitvoerende partij een plan van aanpak op te stellen. Zo moet de uitvoerende partij voorafgaand schouwen (in overleg met de ecoloog van de gemeente) op voorkomen van beschermde planten en dieren, nestplaatsen en dergelijke. Op basis hiervan wordt bijgestuurd in het beheer en onderhoud ter bevordering van de natuurwaarden. In bijzondere gebieden, zoals de natuurzone, wordt volgens hetzelfde principe gewerkt en is de ecoloog nauw betrokken bij afstemming van de werkzaamheden. In deze gebieden mag de aannemer niet aanvangen met de werkzaamheden zonder afstemming en goedkeuring van de ecoloog. De ecologische gebieden in Purmerend zijn geborgd middels de recent bijgewerkte groenkaart.


 

 

In hoeverre wordt er rekening gehouden met het feit dat bepaalde diersoorten (vogels en insecten) juist op bepaalde soorten groen afkomen of juist worden afgeremd?

Bij het onderhouden van bestaande groen en het aanleggen van nieuw groen is er constant aandacht voor de ecologische waarde. Om het belang van ecologie en biodiversiteit te versterken is de formatie voor de ecoloog uitgebreid. Deze ecoloog werkt nauw samen met de groenbeheerder om zo de inrichting en onderhoud van het groen zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de diverse ecologische waarden. Maar ook de groenmedewerkers van de gemeente kijken constant hoe de inrichting en het beheer van het groen kan bijdragen aan biodiversiteit.

Wanneer kunnen we het plan voor ieder park in Purmerend verwachten?

Het opstellen van een plan voor ieder park dient integraal te gebeuren. Naast groen vindt men doorgaans in een park ook objecten als bankjes en vuilnisbakken en ligt er verharding. De inrichting van een park is sterk afhankelijk van de functie en het gebruik daarvan. Het gaat om zowel huidig als toekomstig gebruik. Met het oog op onder meer Purmerend 2040 en klimaatbestendigheid is het goed denkbaar dat de eisen die aan elk park worden gesteld anders zijn dan nu en dat de huidige inrichting dit nu niet ondersteunt. De invulling van de ‘parkplannen’ houdt dus verband met onderwerpen (Purmerend 2040, klimaatbestendigheid) die op dit moment nog volop in ontwikkeling zijn, dan wel in een afrondende fase zitten. Er kan daarom op dit moment geen inschatting worden gemaakt wanneer de ‘parkplannen’ gereed zijn. Zoals geschetst in het groenplan wordt het bestaande groen in de parken wel onderhouden volgens de onderhoudsfrequentie in de rest van de stad. 

Hoe gaat de gemeente, los van de applicatie om meldingen te doen, de inwoners verder bij de plannen betrekken? Gaat de gemeente het adopteren van groen verder promoten? Gaat de gemeente ook stimuleren dat inwoners hun eigen tuin groen houden of groener maken en goed onderhouden?

De gemeente blijft inzetten op de mogelijkheden voor bewoners om openbaar groen te adopteren en te onderhouden op een manier die past bij de beleving van de bewoners. In het klimaatbestendigheidsplan is er aandacht voor het stimuleren van Purmerenders om hun tuinen te ‘vergroenen’. Onderdeel van dit plan is onder meer het vergroten van bewustwording en welke maatregelen Purmerenders zelf kunnen nemen om de stad klimaatbestendig in te richten. Wijkmanagers spelen een belangrijke rol in de communicatie en informeren bewoners over de mogelijkheden die er zijn om het groen in de buurt te onderhouden.

Groen en water horen onlosmakelijk bijelkaar. In hoeverre vallen de oevers in dit groenplan en hoe is de afstemming tussen het onderhoud van het groen en van het water?

Purmerend kent op diverse plekken zogeheten ‘natuurvriendelijke oevers’. Het beheer van deze oevers valt onder ecologisch beheer. De maatregelen die hiervoor genomen moeten worden zijn opgenomen in het bestek en worden uitgevoerd door de partijen zoals genoemd in het groenplan. Daarnaast vindt er afstemming plaats met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Het HHNK onderhoudt grotendeels het oppervlaktewater in Purmerend.

In het groenplan staat dat het gras vaker gemaaid wordt. In het kader van diversiteit en ecologisch groenbeheer worden sommige grasgebieden dan ook minder of niet gemaaid?

Het maairegime is afhankelijk van de functie van het gras. Zo wordt de maaifrequentie van gazons en speelveldjes verhoogd van 17 naar 22 keer per jaar. Daarentegen wordt ruig gras slechts 2 keer per jaar gefaseerd gemaaid en blijft zo’n 30% staan ter bevordering van biodiversiteit. Dit geldt ook voor bloemrijke bermen. Het beheer van zowel ruig gras als bloemrijke bermen gebeurt in samenspraak met de ecoloog.

Export pdf
Fractie: Leefbaar Purmerend
Opsteller: Hans Tulleners
Betreft:
Onderwerp:
bestemmingsplan ‘De Looiers 2018’
Geagendeerd : Ja Datum vergadering: Agendapunt: 15
Datum vraag: zondag, 25 november, 2018 - 19:20
Datum antwoord(en)*: donderdag, 29 november, 2018 - 12:17
Portefeuillehouder*: Hans Tulleners
* in te vullen door organisatie

In het Raadsvoorstel en Ontwerpbesluit gecoördineerde vaststelling bestemmingsplan ‘De Looiers 2018’ (registratienummer raad 1456454) stelt het college ambtshalve voor de planregels behorende bij het bestemmingsplan ‘De Looiers 2018’ aan te vullen met het opnemen van een voorwaardelijke verplichting windklimaat. Daarnaast geeft het college aan dat via een aanvullend te maken afspraak met de projectontwikkelaar geborgd dient te worden dat het geluid als gevolg van de wind na realisatie van de bebouwing gemonitord wordt en dat eventuele storende fluittonen zo spoedig mogelijk worden verholpen. Dit betekent dat de projectontwikkelaar opdraait voor de kosten van aanpassing, indien na realisatie van het project storende fluittonen optreden die het woongenot van de bewoners in de omgeving aantasten. Indien deze thans onzekere situatie zich daadwerkelijk voordoet, zal de projectontwikkelaar financieel in staat moeten zijn de storende fluittonen te verhelpen.



Leefbaar Purmerend heeft een aantal vragen over deze aanvullende afspraak.


Indien de projectontwikkelaar zich onverhoopt niet houdt aan de verplichting tot het monitoren van het geluid als gevolg van de wind en/of het (adequaat) verhelpen van storende fluittonen, welke mogelijkheden heeft het college dan om de projectontwikkelaar hiertoe alsnog te dwingen en worden deze mogelijkheden in de aanvullend te maken afspraak opgenomen?

 

 

Zoals aangegeven in de Nota van zienswijzen zullen primair de bewoners van de nieuwbouw zelf last kunnen hebben van geluidsgevolgen van wind. De projectontwikkelaar heeft  schriftelijk  aangegeven dit aspect na realisatie van de bebouwing te monitoren en eventuele storende fluittonen zo spoedig mogelijk te verhelpen. Dit betreft een privaatrechtelijke aangelegenheid tussen de projectontwikkelaar en de kopers van de appartementen, waarbij de gemeente in principe geen partij is.

Laat het college van de aanvullend te maken afspraak een financiële garantie deel uitmaken, zodat gewaarborgd is dat de projectontwikkelaar kan voldoen aan zijn financiële verplichting storende fluittonen te verhelpen? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord 1

In geval als gevolg van de wind storende fluittonen optreden die - om welke reden dan ook - door de projectontwikkelaar niet worden verholpen, gaat het college dan over tot het verhelpen van deze storende fluittonen in het belang van een ongestoord woongenot van bewoners in de omgeving? Zo nee, waarom niet?

Zie antwoord 1

Export pdf
Fractie: Stadspartij
Opsteller: Coen Lageveen
Betreft:
Onderwerp:
Vaststelling bestemmingsplan “Wheermolen-West, 4e fase 2018”
Geagendeerd : Ja Datum vergadering: Agendapunt: 9
Datum vraag: dinsdag, 13 november, 2018 - 22:52
Datum antwoord(en)*: woensdag, 21 november, 2018 - 14:16
Portefeuillehouder*: Coen
* in te vullen door organisatie

De raad wordt voorgesteld het Bestemmingsplan ‘Wheermolen-West, 4e fase 2018’ vast te stellen. Dit plan is gericht op de realisatie van 12 grondgebonden eengezinswoningen en een appartementengebouw met 29 appartementen in de Spoorzone van Wheermolen-West.


De bewoners van het naastgelegen appartementengebouw ‘Mira’ zijn nooit uitgenodigd voor een informatieavond. Ook hebben zij een gesprek aangevraagd met de ontwikkelaar. Dit gesprek is geweigerd. Waarom heeft de ontwikkelaar het gesprek geweigerd met de direct omwonenden? Waarom zijn zij pas in een (te?) laat stadium geïnformeerd over de bouwplannen?

In uw vraag geeft u aan dat de bewoners van het naastgelegen appartementengebouw ‘Mira’ nooit zijn uitgenodigd voor een informatieavond. Dit is niet correct. Zoals bewoners zelf hebben aangegeven in hun zienswijze zijn zij per brief d.d. 3 mei 2018 (kenmerk 1434321) uitgenodigd voor de informatiebijeenkomst over deze ontwikkeling op 15 mei 2018.

 

U schrijft dat de bewoners van appartementengebouw ‘Mira’ een gesprek hebben aangevraagd met de ontwikkelaar, wat is geweigerd. De bewoners hebben in een gesprek op 13 juni 2018 met de gemeente aangegeven een gesprek te willen voeren met de ontwikkelaar om aanpassingen aan het plan te bespreken. In dit gesprek is aangegeven dat de gemeente van oordeel is dat het nu voorliggende plan stedenbouwkundig aanvaardbaar en ruimtelijk inpasbaar is. Tevens is een wijziging van het plan niet zondermeer mogelijk binnen de (privaatrechtelijke) overeenkomst met de ontwikkelaar. Daarom heeft destijds geen gesprek tussen de ontwikkelaar en de betreffende bewoners plaatsgevonden.

 

De bewoners van het appartementengebouw ‘Mira’ zijn geïnformeerd over de bouwplannen door hen per brief uit te nodigen voor bovengenoemde informatiebijeenkomst op 15 mei 2018. Deze is gehouden voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure (art. 3.8 Wro en afd. 3.4 Awb).

Bewoners van Mira en Saturnusstraat hebben een alternatief plan ingediend, waarbij de eengezinswoningen komen te vervallen maar het totaal aantal te realiseren woningen gelijk blijft door het appartementengebouw te vergroten. Waarom is dit voorstel afgewezen? In de nota van beantwoording zienswijze staat: “ Zo zal het alternatieve voorstel niet hetzelfde aantal woningen kunnen bevatten als nu in het plan is opgenomen.” De bewoners beweren dus het tegendeel. Hoe verklaart u dat?

Het college heeft haar reactie, zoals verwoord in de nota van beantwoording zienswijzen, gebaseerd op het voorstel van de bewoners voor een alternatieve invulling zoals beschreven in hun zienswijze. In dit voorstel is niet gesproken over het vergroten van het appartementengebouw waardoor het totaal aantal te realiseren woningen gelijk zou blijven. In de zienswijze is een alternatieve invulling voorgesteld dat bestaat uit een flatgebouw van beperkte omvang (een parkeerlaag + 3 woonlagen, dus één lager dan Mira). In het voorgestelde bouwplan van de ontwikkelaar zitten echter 6 woonlagen met een terugliggende zevende woonlaag. Op de bijgevoegde afbeelding is te zien dat het bouwvlak van het alternatieve gebouw kleiner is dan het bouwvlak van het voorliggende bouwplan zoals opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Wheermolen-West, 4e fase 2018’. Tevens komen alle 12 eengezinswoningen te vervallen.

In de nota van beantwoording zienswijzen staat voorts:” Echter, worden met het alternatieve voorstel niet de gemeentelijke doelstellingen en belangen behaald.” Waarin schuilt het verschil tussen het alternatieve plan en deze doelstellingen en belangen?

Zoals hiervoor beantwoord, wordt met het voorstel voor een alternatieve invulling niet eenzelfde bouwmassa (oppervlakte x hoogte) mogelijk gemaakt als in het voorliggende bestemmingsplan. Tevens sluit het alternatief, dat uitgaat van appartementen, niet aan bij het realiseren van een grote(re) diversiteit aan woningtypen en prijsklassen in dit gebied.

Volgens het huidige bestemmingsplan zijn maximaal 12 bouwlagen toegestaan, met een maximale goothoogte van 33 meter. Wat is het gevolg als de voorgestelde wijziging afgewezen wordt. Mag de ontwikkelaar dan een gebouw van 12 bouwlagen bouwen zonder wijziging? 

Wanneer het bestemmingsplan ‘Wheermolen-West, 4e fase 2018’ niet vastgesteld wordt, dan staat het geldende bestemmingsplan ‘Wheermolen 1980’ binnen het bouwvlak van de bestemming M12 inderdaad een gebouw van maximaal 12 bouwlagen met een maximale goothoogte van 33 meter toe. Ingeval de ontwikkelaar een aanvraag omgevingsvergunning indient voor het bouwen van een gebouw, of een gedeelte daarvan, passend binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan, kan de aanvraag om omgevingsvergunning wat betreft dit onderdeel niet worden geweigerd.

Op basis van privaatrechtelijke gronden is dit echter niet zondermeer mogelijk.    

Vertrouwelijke stukken behorend bij SOB agendapunt 12

De vertrouwelijke stukken zijn toegevoegd aan het besloten gedeelte van de website. U moet ingelogd zijn om deze stukken te kunnen raadplegen: http://raad.purmerend.nl/vertrouwelijke-informatie

Vertrouwelijke stukken behorend bij SOB agendapunt 3

De vertrouwelijke stukken zijn toegevoegd aan het besloten gedeelte van de website. U moet ingelogd zijn om deze stukken te kunnen raadplegen: http://raad.purmerend.nl/vertrouwelijke-informatie

Pagina's

Abonneren op RSS - Commissie Stedelijke Ontwikkeling en Beheer