Commissie Stedelijke Ontwikkeling en Beheer

Undefined
Export pdf
Fractie: D66
Opsteller: Mark Intres
Betreft:
Onderwerp:
Defecte straatverlichting
Geagendeerd : Nee
Datum vraag: vrijdag, 28 december, 2018 - 16:26
Datum antwoord(en)*: woensdag, 16 januari, 2019 - 17:52
Portefeuillehouder*: Mark Intres
* in te vullen door organisatie

De fractie van D66 heeft van inwoners van Purmerend signalen gekregen over veel defecte straatverlichting. Meldingen van kapotte straatlantaarns zouden laat in behandeling worden genomen en pas weken na de melding zou de verlichting weer gemaakt zijn. De fractie van D66 vindt dat zeker in deze donkere maanden onwenselijk en heeft daarom de volgende vragen: 


Klopt het beeld dat de laatste weken sprake is van meer defecte straatverlichting in Purmerend dan normaal? Kunt u dat toelichten: hoe ontwikkelt het aantal meldingen zich gemiddeld gedurende het jaar?

De laatste weken zijn het aantal meldingen ten aanzien van de openbare verlichting toegenomen. Dit is een normale ontwikkeling, welke jaarlijks terug keert. In de wintermaanden worden er meer meldingen gedaan over defecte openbare verlichting omdat we korter gebruik kunnen maken van het daglicht dan in de zomermaanden. We vertrekken in het donker van huis en komen ook weer in het donker thuis. Omdat we meer activiteiten in het donker hebben wordt het ontbreken van verlichting eerder door burgers opgemerkt en gemeld. Dit dus in tegenstelling tot de zomermaanden wanneer we langer profijt hebben van het daglicht.

Over het algemeen kan gesteld worden dat in de periode oktober tot en met maart het aantal meldingen toeneemt en in de periode april tot en met september de meldingen afnemen. Dit wordt weergegeven in onderstaande grafiek.

Op de website van de gemeente staat bij het indienen van een bewonersmelding dat ernaar wordt gestreefd de melding binnen zeven werkdagen af te handelen. Betekent dit ook dat defecte straatverlichting binnen zeven werkdagen gerepareerd zou moeten zijn? Zo nee, waarom niet?

In 2018 hebben wij voor de gemeente Purmerend 2205 meldingen geregistreerd voor de openbare verlichting. Deze meldingen hebben betrekking op individuele lampstoringen of lichtmasten welke aangereden zijn.

Als we het aantal werkdagen, van uitbesteding tot aanlevering, van alle meldingen bij elkaar optellen en delen door het aantal meldingen hebben we een gemiddelde voor het afhandelen van storingen aan de openbare verlichting. Als we dit over 2018 uitrekenen komen we op een gemiddelde van 4,25 dag voor de afhandeling per storing.

Bij kabel- of kaststoringen, waarbij dus grote gebieden zonder openbare verlichting zitten, is het streven om deze direct of binnen 2 werkdagen op te lossen.

Kunt u aangeven hoe vaak deze norm voor meldingen over defecte straatverlichting wordt gehaald? 

Van de 2205 meldingen hebben wij 467 meldingen niet binnen de gestelde 7 werkdagen kunnen afhandelen, dit komt neer op 21%. Na 14 dagen staat 4,1% van deze meldingen nog open. Het over grote deel van de meldingen 79%, wordt binnen de afgesproken termijn van 7 dagen afgehandeld.

Een verklaring voor de overschrijding van de afhandeltermijn is dat in 20% van de gevallen het geen lampstoring betreft en er uitgebreider storingsonderzoek nodig is. We hebben bij techniek en civiel 2 fte welke continue in de openbare verlichting werkzaam zijn. In de wintermaanden lopen de meldingen snel op. Daarnaast hebben we in de wintermaanden in verhouding meer kabelstoringen welke arbeidsintensiever zijn om op te lossen dan normale lampstoringen. Deze storingen vergen meer tijd omdat een kabelmeting uitgevoerd moet worden (door derden) om de locatie van de kabelbreuk vast te stellen, vervolgens de kabel opgegraven, kabel of verbindingsmof vervangen, verbinding testen, gat dicht gooien en bestrating herstellen. Het aantal arbeidsintensieve storingen laat zich van te voren niet bepalen.

Hoe gaat de gemeente om met meldingen over defecte straatverlichting: wordt een terugkoppeling gegeven over de opvolging van de melding als de streefduur van zeven werkdagen niet wordt gehaald? Zo nee, waarom niet?

Over het algemeen wordt er bij een individuele storingen, waarbij de afhandelduur van zeven werkdagen overschreden wordt, naar gestreefd contact op te nemen met de melder. Het aantal meldingen in de winter is relatief hoog en deze kunnen maar 1 keer in het systeem gezet worden. Bij ons is dus alleen de eerste melder bekend, de overige melders worden niet geregistreerd. Een burger krijgt wel direct van het KCC te horen als een storing van een lamp reeds bekend is. We hebben een gemiddelde afhandeltijd van 4,25 dag per storing.

Bij langdurige kabelstoringen of storingen waarbij in hele, of grote delen van straten geen openbare verlichting brandt, en deze niet binnen 7 werkdagen opgelost kunnen worden, wordt dit terug gekoppeld aan de melder. Dit doen we telefonisch, per e-mail, whatsapp, facebook of de website van Purmerend (laatst genoemde 4 opties altijd via het kcc).

Export pdf
Fractie: D66
Opsteller: Mark Intres
Betreft:
Onderwerp:
Evaluatie maatregel parkeerdruk Markerkade en omgeving
Geagendeerd : Nee
Datum vraag: woensdag, 19 december, 2018 - 09:50
Datum antwoord(en)*: maandag, 7 januari, 2019 - 11:50
Portefeuillehouder*: Mark Intres
* in te vullen door organisatie

Op 17 februari 2017 heeft de fractie van D66 technische vragen gesteld over de parkeerdruk op de Markerkade en omgeving. In de beantwoording kondigde het college de maatregel aan om een aantal plaatsen in de omgeving (onder meer langs de Waterlandlaan en in de Slenkstraat) uit het betaald parkeren-regime te halen. Het college gaf aan het effect van deze maatregel eerst te willen aanschouwen alvorens een nieuwe enquête onder de buurtbewoners te houden over het instellen van een parkeerregime.



Op 27 februari 2017 stelde de fractie van D66 aanvullende vragen. In de beantwoording gaf het college aan dat een gebruikelijke termijn voor het evalueren van de aangekondigde maatregel een jaar is. Het college stelde dan ook voor de maatregel na een jaar te evalueren, waarna de gemeenteraad middels een raadsbrief zou worden geïnformeerd.



Naar aanleiding hiervan heeft de fractie van D66 de volgende vragen:


Is de maatregel om een aantal parkeerplaatsen in de omgeving van de Markerkade uit het betaald parkeren-regime te halen inmiddels geëvalueerd? Zo nee, waarom niet?

De wijkmanager heeft contact gezocht met een aantal bewoners om het effect van deze maatregel te evalueren. De parkeerplaatsen waarvoor geen parkeerbelasting wordt geheven, worden logischerwijs beter gebruikt. Maar de parkeerdruk in dit gebied blijft hoog.  Mede naar aanleiding hiervan is in november 2018 naast de binnenstad ook in een groot deel van de Gors een parkeerdrukonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek bevestigt het beeld dat een aantal bewoners schetst.

Daarbij is dit gebied aangemerkt als een locatie waar verdichting gaat plaatsvinden (Visie op Mobiliteit vastgesteld op 22 februari 2018). Als reactie op deze woningbouwambitie is op  6 november 2018 aan de raad een aantal parkeermaatregelen voorgesteld (registratienummer 1456267). Een van deze maatregelen betreft het uitbreiden van parkeerregulering in de gebieden rondom het centrum waar een verdichtingsopgave ligt of waar overlast ontstaat als gevolg van deze verdichtingsopgave. De omgeving Waterlandlaan is een dergelijk gebied waar uitbreiding van parkeerregulering wenselijk is. Naar aanleiding van bovenstaand  raadsvoorstel is een projectleider Parkeren aangesteld die deze maatregel en de overige parkeermaatregelen in 2019 in gang gaat zetten.

Wilt u de uitkomsten van de evaluatie met de gemeenteraad delen?

De ‘korte termijn’ maatregel om een aantal parkeerplaatsen uit het betaald parkerenregime te halen, is geëvalueerd in de vorm van gesprekken met bewoners door de wijkmanager. Voorts is een parkeerdrukonderzoek uitgevoerd in november 2018. In de bijlage treft u een tabel met de gemeten parkeerdruk in de Markerkade en omgeving. Echter, is gedurende deze ‘korte termijn maatregel’ de situatie in dit gebied dusdanig gewijzigd (woningbouwopgave) dat een meer structurele maatregel in de vorm van parkeerregulering  wenselijk is.

In de loop van 2019 wordt deze maatregel dan ook verkend voor de Gors Noord (omgeving Waterlandlaan). De raad wordt hier uiteraard in meegenomen.

 

Export pdf
Fractie: Gemeentebelangen Purmerend
Opsteller: Bram Buskoop
Betreft:
Onderwerp:
Sociale huurwoningen
Geagendeerd : Nee
Datum vraag: vrijdag, 7 december, 2018 - 12:55
Datum antwoord(en)*: dinsdag, 12 maart, 2019 - 11:12
Portefeuillehouder*: Bram Buskoop
* in te vullen door organisatie

SP Purmerend wil graag een duidelijk overzicht van het aantal sociale huurwoningen dat de afgelopen tien jaar is toegevoegd aan de totale voorraad en het aantal verkochte sociale huurwoningen.


Hoeveel sociale huurwoningen zijn er de afgelopen tien jaar toegevoegd aan de sociale woningvoorraad? Graag een overzicht per jaartal.

Met algemene cijfers uit Purmerend in Cijfers (https://purmerend.incijfers.nl/jive)  is te onderbouwen dat de totale voorraad huurwoningen van de corporaties  is afgenomen. Ondanks grote inspanning kunnen specifieke cijfers echter niet worden gegeven. Dit heeft de volgende redenen:

  • De definitie van een sociale huurwoning is veranderd. Dit is vooral gebeurd door de invoering van de Basis Administratie Gebouwen 2012 (BAG). De BAG is een verplichte administratie voor alle gemeentenen heeft hele specifieke eisen en definities. Hierdoor is bij het CBS een breuk in de woningcijfers ontstaan. Vervolgens hebben in de daarop volgende jaren administratieve correcties plaatsgevonden om dit te repareren. De cijfermatige stijging van de woningvoorraad bestaat hierdoor niet alleen uit de toename van het aantal woningen maar ook uit deze administratieve correcties.

  • De wetgeving is veranderd, waardoor woningen een andere status hebben gekregen. De nieuwe Huisvestingswet 2014 en de landelijke visie om Wonen en Zorg te scheiden, maakt dat een aantal woningen van onzelfstandige woning naar zelfstandige woning werden getransformeerd. In sommige gevallen heeft de zorginstelling de woningen zelf aangepast. Dit is dan niet goed terug te vinden in de systemen van de woningcorporatie.

  • De nieuwe woningwet2015 maakt een hele scherpe scheiding tussen DAEB en niet DAEB.Woningen met een huur boven de liberalisatiegrens moesten verplicht in een andere financiële administratie worden ondergebracht. Iedere corporatie is hier anders mee omgegaan, maar ze hebben allemaal hun beleid hierop aan moeten passen. Denk hierbij bv aan het verlagen van huren tot onder de liberalisatiegrens, het verkopen van duurdere huurwoningen, het anders omgaan met mutaties en met huurverhogingen en verlagingen .

  • De fusies tussen Wherestad en Intermaris (2012/2013) en tussen Wooncompagnie en de Woningbouwvereniging Monnickendam (2014) betekende het samenvoegen van twee administraties in een systeem waarbij bepaalde gegevens verloren zijn gegaan.

  • De overgang van Woonmatch naar Woningnet heeft wijzigingen in de administratiesystemen van de twee corporaties met zich meegebracht. Sommige variabelen zijn niet meegenomen.

  • De corporaties hebben logischerwijs hun administratie ingericht op de taken die zij moeten verrichten. Alle objecten die zij verhuren en moeten onderhouden zitten in een bestand, dit is echter inclusief standplaatsen woonwagens, parkeerplaatsen, zorgruimten, kantoorruimten etc.

    Zoals u weet wordt op dit moment met corporaties gesproken over het bijhouden van deze gegevens en wordt op korte termijn met uw raad van gedachten gewisseld over monitoring en rapportage van cijfers in de toekomst.

Hoeveel sociale huurwoningen zijn er de afgelopen tien jaar uit de voorraad onttrokken/verkocht? Graag een overzicht per jaartal.

Zie het vorige antwoord.

Export pdf
Fractie: Gemeentebelangen Purmerend
Opsteller: Bram Buskoop
Betreft:
Onderwerp:
Evean-pand
Geagendeerd : Nee
Datum vraag: woensdag, 5 december, 2018 - 15:14
Datum antwoord(en)*: vrijdag, 25 januari, 2019 - 16:06
Portefeuillehouder*: Bram Buskoop
* in te vullen door organisatie

Aan de Waterlandlaan staan veel panden, waarvan een deel is aangemerkt als ontwikkellocatie. Het Evean-pand is dit volgens mij niet.


Hoort het Evean-pand bij de ontwikkelingen die het college van plan is op de Waterlandlaan? Heeft het college plannen om het Evean-pand aan te kopen?

Antwoord vraag 1

Het gebouw van Evean valt binnen de zone van de Waterlandlaan welke onderdeel uitmaakt van het verdichtingsgebied als aangegeven in de agenda 2040 en de Hoogbouwvisie. Er worden gesprekken gevoerd over eventuele mogelijkheden voor ontwikkelingen in dit gebied.

 

 

 

 

 

 

Vraag 2:

Heeft het college plannen om het Evean-pand aan te kopen?

Het College en de Raad hebben afspraken over actief informeren. Rond verkoop van strategische gronden is dit vastgelegd in de brief met als kenmerk 1175815, met de volgende hyperlink: https://raad.purmerend.nl/sites/default/files/04h.%20Duiding%20kaderstellende%20regels%20vastgoedverkoop.pdf

In deze brief wordt aandacht besteed aan het vertrouwelijke karakter bij het betrekken van de raad bij Strategische verkopen. Het zou immers het economisch belang van de gemeente kunnen schaden wanneer dit in de openbaarheid zou worden besproken (geheimhouding is geregeld in  de Wet openbaarheid van bestuur artikel 10 lid 2 onder b.) . Hetzelfde geldt voor strategische aankopen. Technische vragen van de raad zijn openbaar hetgeen niet aansluit bij de werkwijze voor strategische aankopen. Indien het college voornemens is een locatie te verwerven dan zal het college passend bij haar actieve informatieplicht de Raad informeren en dat indien nodig vertrouwelijk doen. Vooruitlopend daarop de vraag stellen of het college daar voorbereidingen voor doet is daarom niet nodig en indien er plannen zijn ook niet te beantwoorden bij een in de openbaarheid gestelde technische vraag.

Export pdf
Fractie: D66
Opsteller: Frank Schaaij
Betreft:
Onderwerp:
Monitor Woningvoorraad
Geagendeerd : Ja Datum vergadering: Agendapunt: 4
Datum vraag: woensdag, 5 december, 2018 - 11:11
Datum antwoord(en)*: maandag, 7 januari, 2019 - 11:16
Portefeuillehouder*: Frank Schaaij
* in te vullen door organisatie

In de jaarstukken 2017 van de gemeente staat vermeld dat de totale woningvoorraad in 2017 groeide met 53 woningen. De woningmonitor 2018 van de gemeente spreekt over 2017 echter van 163 opleveringen en 41 onttrekkingen (per saldo een groei van 122 woningen).



 


Kan aangegeven worden wat het verband is tussen de groei van de woningvooraad met 53 woningen enerzijds en de aantallen van 163 opleveringen en 41 onttrekkingen anderzijds ?
 

Hieronder staat de stand van de woningvoorraad op 1 januari per jaar

 

2016

2017

2018

Woningen op 1 januari

35.578

35.631

35.753

Saldo woningvoorraad

+53

+122

-

Die 53 woningen staan in de jaarrekening  2017. Maar die cijfers hebben dus betrekking op 2016.

Dit blijft wel lastig. Om die reden heeft de wethouder in de commissie SOB van december 2018 toegezegd in maart 2019 met een voorstel te komen hoe u voortaan geinformeerd kan worden over de woningvoorraad en de veranderingen hierin.

Export pdf
Fractie: VVD
Opsteller: Nicole Ploeger
Betreft:
Onderwerp:
Subsidie voor huisvesting statushouders
Geagendeerd : Ja Datum vergadering: Agendapunt: 7
Datum vraag: dinsdag, 4 december, 2018 - 22:14
Datum antwoord(en)*: woensdag, 5 december, 2018 - 11:38
Portefeuillehouder*: Nicole Ploeger
* in te vullen door organisatie

Met de ' Tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders'  kunnen onder meer gemeenten subsidie aanvragen voor de realisatie van woonvoorzieningen voor asielzoekers met een verblijfsvergunning - ook wel vergunninghouders genoemd. Er kan per vergunninghouder € 6.250,- aan subsidie worden aangevraagd. Op 1 oktober jl. was er landelijk € 3.106.250 van de gereserveerde € 23.321.250 aan subsidie verstrekt voor dit onderwerp. 


1. Maakt de gemeente Purmerend gebruik van deze subsidieregeling? 

 

 

 

 

 

Nee

2-a. Zo ja: Voor welke woonvoorzieningen wordt/is er subsidie aangevraagd? Hoe verhoud de subsidie tot de werkelijke realisatiekosten? 

2-b. Zo nee: Waarom is er geen subsidie aangevraagd? 

De subsidie wordt verstrekt onder hele strikte voorwaarden. Zo moet de gemeente dan nieuwe huisvesting creëren of kantoren/gebouwen ombouwen naar een woonvoorziening, waar vergunninghouders dan in gehuisvest mogen worden. Ook mag de huur bij bijvoorbeeld onzelfstandige woonruimte  niet hoger zijn dan € 114,54 per maand. Vooralsnog hebben we nog geen mogelijkheden gezien hoe we hieraan kunnen voldoen, om op die manier in aanmerking te komen voor deze subsidie.

3. Zijn er locaties/plannen/initiatieven om woonvoorzieningen voor de specifieke groep van statushouders te realiseren en komen die in aanmerking voor een dergelijke subsidie?

Vooralsnog niet, maar we staan zeker open voor eventuele suggesties vanuit de raad, bewoners of bedrijven.

Pagina's

Abonneren op RSS - Commissie Stedelijke Ontwikkeling en Beheer